Zoekbeeld:
Schijfkwal. Mariene soort. Glasachtig doorschijnend gelatineus lichaam. Soms rozeachtig (vrouwtjes). De voortplantingsorganen zijn de vier of vijf 'oren' waaraan de kwal de naam te danken heeft. Deze zijn zichtbaar door de doorzichtige hoed en hebben een betje de vorm van een klavertje vier (of vijf). Een enkele keer zijn er meer: tot wel negen. Doorsnede hoed ca 25 (tot 40) cm. langs de rand zitten veel korte tentakels. Onder de hoed een ronde mondopening en vier geplooide armen. Deze kwal steekt niet merkbaar voor de mens.
Kenmerken:
Afmetingen: 10 tot 40 cm in doorsnede.
Kleur: Doorschijnend, gelatineus; glasachtig wit. De 'oren' in de hoed (de geslachtsorganen) van mannelijke dieren zijn witachtig. Vrouwelijke dieren hebben roze geslachtsorganen.
Vorm/Uiterlijk: Ronde, matig stevige, bolle hoed. Plat, halfrond van opzij gezien. Het lichaam heeft een zachte, gelatineachtige structuur. Meestal 4 voortplantingsorganen ('oren') die in de hoed te zien zijn. Een enkele keer meer dan vier, tot wel negen. Langs de rand van de hoed staan korte tentakels. Onder de hoed vier geplooide armen, in het midden daarvan onder de hoed zit een ronde mondopening. Deze kwal steekt niet merkbaar voor de mens: de toxinen zijn mild en de kracht waarmee de netelcellen vuren is gewoonlijk niet sterk genoeg om door de huid te komen.
Te verwarren met:
Sinds enige tijd komt, zoals blijkt uit DNA-onderzoek, in ons land ook een exotische Oorkwal voor: de Pacifische oorkwal Aurelia coerulea Von Lendenfeld, 1884. Dit is een exoot die erg veel lijkt op de inheemse Oorkwal. De exoot verdraagt lagere zoutgehalten en heeft een ander voorkomenspatroon. Meldingen uit binnenwater (grachten in Middelburg o.a.) hebben vermoedelijk vooral betrekking op deze soort.
Areaal en verspreiding:
De Oorkwal stond lang bekend als kosmopoliet. Hoogstwaarschijnlijk echter is de soort endemisch voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, inclusief de Oostzee (waarvandaan Linnaeus de soort ooit voor de wetenschap beschreef). Tot het verspreidingsgebied worden naast de Atlantische Oceaan, ook de Stille Oceaan en de Noordelijke IJszee gerekend. De dieren komen zowel voor langs de oostkust van Noord-Amerika en bij Californië, als in Japan. Ze worden vooral aangetroffen in kustgebieden, zoals estuaria, fjorden en baaien. Recent is, o.a. uit DNA-onderzoek, gebleken dat er wereldwijd diverse andere soorten oorkwallen zijn. Ook in ons land is inmiddels ten minste één andere (exotische) soort aanwezig. Deze heeft heeft en ander verspreidingspatroon en treedt later in het jaar op. De kwallen die masaal in eind juli 2020 in de grachten van Middelburg en langs de Geersdijksekaai in het Veerse Meer aanwezig waren, behoren hoogstwaarschijnlijk tot deze Pacifische oorkwal.
Habitat en ecologie:
Kwallen drijven vaak in grote zwermen in zee. Door een samentrekkende beweging kunnen ze echter min of meer actief zwemmen. Met behulp van met netelcellen bezette tentakels vangen ze plankton, kleine kreeftachtigen en zelfs visjes. De levenscyclus van de oorkwal bestaat uit twee delen; een poliepenstadium en het medusastadium. De laatste is de volwassen kwal, ook wel schijfkwal genoemd. De oorkwal kan zich geslachtelijk (via het medusastadium) en ongeslachtelijk (via het poliepenstadium) voortplanten. Geslachtelijke voortplanting is de meest voorkomende manier. Mannelijke (schijf-)kwallen laten hun zaadcellen vrij in de waterkolom. De vrouwtjes vangen deze op. Binnen de vrouwelijke kwal ontstaan uit de bevruchte eitjes organismen die zich aan de bodem van de zee vastzetten en poliepjes vormen. Deze poliepjes lijken op boompjes die op de bodem groeien en een stapeltje bladachtige gestapelde structuren vormen. De bovenste (eerste) groeien steeds uit tot kleine kwalletjs die zodra er de juiste temperatuur in de zee is, stuk vor stuk loslaten. Deze nieuwe kwalletjes groeien binnen een half jaar uit tot een volwassen kwal.
Seizoenspatronen:
Uit onze kustwateren worden vier kwallensoorten veel gemeld. De patronen in voorkomen daarvan verlopen niet synchroon. Als eerste in het jaar verschijnt de Oorkwal. Vervolgens de Blauwe haarkwal, afhankelijk van het gebied iets later of vrijwel gelijktijdig. Daarna komt de Kompaskwal, gevolgd door de Zeepaddenstoel. In deze volgorde vertonen ze ook een piek en verdwijnen ze weer. Onderzoek van duikwaarnemingen in de Oosterschelde toonde aan dat het moment waarop deze soorten opkomen, een piek vertonen en weer verdwijnen, de laatste jaren drie tot zeven weken eerder valt dan een kwart eeuw geleden. Een wat verstorende factor daarbij is inmiddels het voorkomen van een exotische Oorkwal, de Pacifische oorkwal Aurelia coerulea, die een ander patroon vertoont en ook aan het eind van de zomer kan opkomen. In het veld is de Pacifische oorkwal niet te onderscheiden van de gewone oorkwal.
Trends:
Zie bij Seizoenspatronen.
Literatuur:
Leestemaker, Nina & Adriaan Gmelig Meyling. 2022. Klimaat verandert, kwalpatronen vervroegen. Natuurbericht Stichting ANEMOON. Nature Today 27-NOV-2022.
Gittenberger, A.; Rensing, M.; Faasse, M.A.; van Walraven, L.; Smolders, A.A.J.; Keeler Perez, H.; Gittenberger, E. Non-Indigenous Species Dynamics in Time and Space within the Coastal Waters of The Netherlands. Diversity 2023, 15, 719.
Auteurs:
[Niels Schrieken, april 2015]; IvL & RHB, 2025, 2026
NadereInformatie:
In veel kwallen, ook in de Oorkwal, kunnen walvlooien aanwezig zijn. Dit zijn kleine garnaalachtige kreeftachtigen die maximaal circa twaalf millimeter lang worden. Ze leven als parasiet op of onder de hoed van diverse kwallen, naast de Oorkwal ook in o.a. Zeepaddenstoel en Kompaskwa. Ze leven van de restanten van het voedsel van hun gastheren en van geslachtscellen die zich in speciale organen onder de hoed van de kwallen bevinden. Ze voeden zich dus met cellen van de kwallen en daarom zijn het parasieten. Omdat het uitwendige parasieten zijn noemen we ze exoparasieten. De mannelijke kwalvlooien zijn eenvoudig te onderscheiden van de vrouwtjes. Zij hebben hele lange antennes, terwijl de vrouwtjes korte antennes bezitten. De ogen van kwalvlooien kunnen groenachtig zijn.
Aphia ID:
135306
Gebied:
Nederland
Biotoop:
Zoutwater
Project:
MOO
Gerelateerde soorten:
Oorkwal
Oorkwalpoliep